Over doekjes, parabenen en rode ogen…

Standaard

Al lange tijd gebruik ik van die fijne Nivea make-up reinigingsdoekjes, om ervoor te zorgen dat ik ’s avonds met een frisse snoet m’n bed ik kan duiken. Mijn doekje is van het roze soort, de “verzachtende” variant. Daarnaast biedt Nivea nog blauwe doekjes (verfrissend), lila doekjes (sensitive) en groene doekjes (pure & natural) aan, maar mijn droge, gevoelige huid wordt blij van roze dus die liggen sinds jaar en dag met voordeelverpakkingen tegelijk in onze badkamer.

Maar zelfs de meest georganiseerde persoon kan het overkomen: het moment dat je niet op tijd hebt ingeslagen en onverwacht zonder zit…In paniek hol je naar de winkel, waar ze dan (Murphy’s law!) net jouw roze doekjes even niet op voorraad hebben. Dus maak je eens een uitstapje, want het is toch hetzelfde merk en dat is fijn…toch? Niet dus. Een aantal keren, met onregelmatige tussenpozen, zaten na zo’n afwijkende schoonmaakbeurt de volgende ochtend mijn toch al niet erg grote ogen helemaal dicht. Dik, rood en gekmakend jeukend. Wanneer je het patroon nog niet ziet sleep je jezelf chagrijnig en zonder make-up (jeukt nog meer!) naar je werk; waarschijnlijk met vieze handen in m’n ogen gewreven of een spontane aanval van stress eczeem? Totdat het me dit weekend wéér overkwam, en wéér exact op het moment dat mijn geliefde roze doekjes door hun lila zusje waren vervangen! Blijkbaar zit er iets in die roze doekjes wat de rest van de familie mist, of andersom: de rest van de serie heeft een toevoeging waar mijn roze vriendinnetjes verschoond van zijn gebleven. Het is in ieder geval een stofje waar mijn ogen niet blij van worden!

En zo startte ik mijn onderzoek: op de site van Nivea worden gelukkig heel nauwkeurig per soort doekje de ingrediënten benoemd, welke ik onder elkaar naar een Word documentje copy-pastte. Vervolgens werd het een ouderwetse woordzoeker van onuitspreekbare chemische benamingen, waarbij overeenkomsten werden afgestreept en verschillen werden omsingeld. Na een korte analyse staarde de boosdoener mij vanaf het papier aan: Methylisothiazolinone. Jaja, gooi die er maar eens in bij galgje! METHYL-ISO-THIA-ZOLI-NONE. Zelfs in stukjes geknipt nauwelijks uitspreekbaar, en het enige stofje dat doekje blauw, lila en groen deelden en in doekje roze ontbrak.

Een korte Google speurtocht leidde mij naar een blog die uitleg gaf over het gebruik van conserveringsmiddelen in cosmetica. Hoewel door vele gebruiksters als de duivel gezien, hebben conserveringsmiddelen ook wel hun functie: Door de toevoeging ervan zijn cosmeticaproducten hygiënischer en dus ook veiliger in gebruik. Onder invloed van zuurstof, het water in je crème en de bacteriën die je aan je handen hebt, zou je je dure pot anders binnen een week al weg moeten gooien (of een geavanceerde bacterie-cultuur op je huid moeten smeren? Iemand?) Deze conserveringsmiddelen, bij velen waarschijnlijk wel bekend, worden parabenen genoemd. Omdat er steeds meer mensen huidirritatie kregen van parabenen en dermatologen de alarmklok luidden, switchten fabrikanten naar een ander conserveringsmiddel: Methylisothiazolinone. Deze stof is erg effectief, zelfs al in lage hoeveelheden, zodat fabrikanten hun formule niet hoeven aan te passen maar simpelweg hun parabenen konden vervangen voor Methylisothiazolinone. Zie je de advertenties al voor je: ONZE BEAUTY LIJN NU ZONDER PARABENEN! Klanten blij, fabrikant blij.

Tenzij je dus, net als ik, juist vervelend wordt van deze methylisothiazolinone. Zit je daar trots te wezen op je parabenen vrije crème, totdat je de volgende ochtend met rode, schilferige oogjes op de rand van je bed zit.

Conclusies uit Lotte’s Life:

1)   Parabenen zijn niet altijd de Duivel

2)   Parabenen-vrij is niet per definitie gezond

3)   Ik sluit me bij Steven Tyler van Aerosmith aan: “Pink is my favourite colour!”

De nieuwe voordeelverpakking verzachtende doekjes ligt alweer klaar in de badkamer. Evenals een smeekbede per e-mail naar Nivea, met het verzoek mijn roze lieverdjes voorlopig lekker in de parabenen te laten zwemmen.

For beautiful eyes, look for the good in others; for beautiful lips, speak only words of kindness; and for poise, walk with the knowledge that you are never alone.  ~  Audrey Hepburn

Liefs, Lotte

Advertenties

Loodgenoot

Standaard

In Huize Vlootman maken we ons op voor de eerste Kerst met z’n drietjes. Een heel bijzonder moment, aangezien we hiermee 4 feestjaren afsluiten waarin we elkaar aankeken, proostten op een mooi nieuw jaar en ons ondertussen afvroegen of er naast engeltjes in de boom ooit een engeltje in onze armen zou liggen. Jaren waarin Sinterklaas van ons gerust in Spanje mocht blijven. Jaren waarin er ook voor onze verjaardagen eigenlijk maar 1 wens op ons lijstje stond: dat we een kindje in ons warme nestje mochten verwelkomen…Maar het kindje kwam niet.

In deze blog wil ik graag een lans breken voor mensen met een onvervulde kinderwens. Die lieve mensen die vaak onzichtbaar langs je heen lopen in de supermarkt, een brok in de keel krijgend wanneer jouw eigen kindje naar ze lacht. Die hard werkende collega die altijd invalt voor zieken en overuren draait, niet omdat ze haar werk zo enorm leuk vindt maar omdat ze op die manier even niet aan andere dingen hoeft te denken. Die ene vriendin die het niet kon opbrengen jouw enthousiaste zwangerschapsaankondiging op Facebook met een ‘Like’ te bekronen, omdat zij zelf voor de zoveelste keer een nieuw doosje tampons bij de Kruidvat kon gaan halen, in plaats van rompertjes bij de Prénatal. De grote groep dappere mannen en vrouwen die vaak van jongs af aan al de wens hadden ooit papa of mama te worden en op het moment suprême ineens worden geconfronteerd met de keiharde realiteit: dat zij bij de 18% van de Nederlandse bevolking horen bij wie dit helaas niet vanzelf gaat.

Als je de diagnose onvruchtbaar, verminderd vruchtbaar, of (heel frustrerend!) onverklaarde infertiliteit krijgt, gooit dat je hele wereld op z’n kop. Je moet keuzes gaan maken: wat raden de artsen aan? Welke behandeling past bij ons? Willen we die behandeling wel ondergaan? Hoe lang gaan we door? Wanneer trekken we een grens? Stellen die net als wij in de MMM (medische malle molen, ter info) zijn beland, zullen herkennen dat de grenzen naarmate je langer bezig bent, steeds een stukje verder worden opgerekt. Want wat als die ene nieuwe behandeling, die ene extra poging, toch nog het gewenste resultaat oplevert? We geven het nog 1 jaar! Hm…2 jaar?

En alsof je eigen emotionele orkaan nog niet genoeg is, krijg je ook nog eens de stuurlui aan de wal over je heen. Zelfs zonder kinderwens kun je vast wel een rijtje cliché uitspraken opnoemen: Je moet er gewoon niet teveel mee bezig zijn, ga lekker op vakantie, een hond kan ook heel gezellig zijn, jullie kunnen tenminste lekker uitslapen in het weekend, kinderen zijn echt niet altijd leuk hoor, blablabla. Of die andere dolksteek: “Ja, we waren echt verbijsterd, we waren het niet eens aan het proberen!” Maar helaas ook een hoop vooroordelen: mensen die in de MMM zitten zijn egoïsten omdat ze niet “gewoon” een kindje adopteren. Waarom moet je perse je eigen DNA hebben, weet je wel hoeveel arme kindjes een moord zouden plegen voor een lieve papa en mama? Mensen mogen best van de MMM gebruik maken, maar natuurlijk niet op kosten van hun mede-belastingbetalers! Ze zijn toch niet ziek? Je gaat heus niet dood als je geen kinderen kunt krijgen hoor! Mensen die geen kinderen kunnen krijgen moeten eens stoppen met zeuren, en accepteren dat je nou eenmaal niet altijd krijgt wat je wilt. Ik zou ook wel een dikke BMW willen rijden, maar dat kan nou eenmaal niet!

Het is een groot verdriet. Een verdriet dat je nooit echt aan een ander zal kunnen uitleggen en de ander nooit volledig zal kunnen begrijpen. Gelukkig zijn daar de lotgenoten. Mensen die in hetzelfde bootje zitten, dezelfde orkaan om hun oren krijgen en aan één woord genoeg hebben…Totdat het magische moment daar is dat je zelf ineens die positieve test in je hand hebt. Zwanger? ZWANGER! ZWAAANGEEER!!! (vul hier de 10 minuten durende huilbui van blijdschap en opluchting in). Want…wat ben je dan? Ik heb mijn meisje in mijn armen. Een mooie kerstbal met haar naam erop in de boom: “Een heel fijn Kerstfeest Tessa!” Mijn zorgen zijn voorbij (de nieuwe set aan zorgen die ouderschap 1.0 met zich meebrengt daargelaten).

Ik behoor niet meer tot de “patiënten”. De lotgenoten. Mijn lot is immers drastisch, en zeer positief, veranderd. Zitten de wensouders, zoals ik ze noem, wel op mijn verhaal te wachten? Mijn blijdschap, mijn opluchting? De foto’s op Facebook? Geen lotgenoot meer. Maar wel de ervaring nog vers in het geheugen gegrift. Meeleven, meevoelen. Een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen wanneer een goede vriendin in Engeland, zelf worstelend in een ICSI traject, me een berichtje stuurt dat ze zo verschrikkelijk blij voor ons is dat we deze bijzondere 1e Kerst met Tessa gaan delen. Wij wel. Zij niet.

Lotgenoot wordt loodgenoot. Ik voel de zwaarte en al is het inmiddels niet meer mijn last om te dragen, ik doe het met liefde. Al is het alleen maar om via blogs als deze alle lieve, sterke, knokkende, en helaas ook verdrietige wensouders in deze moeilijke maand even extra in het zonnetje te zetten. Mijn kaarsjes branden voor jullie! Plus 200 elektrische lichtjes in de kerstboom! Ik hoop dat jij lezer, de volgende keer dat je iemand z’n tranen ziet wegslikken in de supermarkt, thuis even een kaarsje voor hen aansteekt. En je eigen kindje een extra dikke knuffel geeft. Ze zijn je gegund!

A very merry Christmas, and a happy New Year, let’s hope it’s a good one, without any fear!

(maar met veel mooie nieuwe wondertjes!)

Liefs, Lotte.

Perfect imperfect

Standaard

Ik las laatst in een tijdschrift een interview met psychologe/schrijfster Brené Brown, naar aanleiding van haar boek De Moed van Imperfectie. Hierin zegt ze onder andere: “Perfectionisme doodt creativiteit. Hoeveel mensen hebben niet geweldige ideeën en plannen die ze niet uitvoeren, omdat het niet perfect lukt? Eeuwig zonde!” Ik besefte dat ze gelijk had. En zie daarom: mijn allereerste blog.

Al mijn hele leven ben ik gefascineerd door talen en verhalen. Spannende dingen die mensen hebben meegemaakt of teweeg hebben gebracht. De exotische locaties waar ze naartoe zijn gereisd. De demonen die ze hebben verslagen. Ik bewonder zulke helden. Omdat ze alles meemaken wat ik niet meemaak, en alles durven wat ik niet durf. Ze doen hun ding zonder zich zorgen te maken over morgen, schijnbaar ongehinderd door twijfels of gebrek aan zelfvertrouwen. Kernwoord hier is uiteraard schijnbaar, want als je je los schudt uit je ademloze bewondering kun je natuurlijk op 10 vingers natellen dat iedereen, van Hannibal die met z’n leger olifanten de Alpen over trok tot Winston Churchill die in de kapotgeschoten ruïnes van Londen een wereldoorlog tot een goed einde moest zien te brengen, bij tijd en wijle aanvallen van blinde paniek zal hebben gehad. Slapeloze nachten, afgekloven nagels en bezwete handpalmen. Maar dat laten de historici en verhalenvertellers uiteraard liever buiten beschouwing. Want als zelfs onze helden al aan zichzelf beginnen te twijfelen, hoe moet het dan aflopen voor de gewone stervelingen onder ons?

Alanis Morissette heeft er ooit een mooi nummer over geschreven: “We all love you just the way you are…if you’re perfect.” En verdomd, het is zo. Al op de kleuterschool krijgen kinderen hun eerste Cito-toetsen en klein als ze zijn, groeit al het besef dat hiermee wordt gekeken of je wel “goed genoeg” bent. Zo dendert de trein je hele schooltijd door, waarbij het waardeoordeel van de volwassenen mettertijd minutieus wordt aangevuld met de ongezouten mening van klasgenootjes. Dan gaat het niet meer om de snelheid waarmee je je sommetjes oplost maar of je trui wel van het goede merk is en op hoeveel sporten je zit. Je wordt bij gym alleen in een team gekozen als ze wat aan je hebben: kunnen ze met je winnen? Ben je goed genoeg? Je vervolgstudie snel doorwerken, anders krijg je een boete aan je broek (besloten door dames en heren die zelf nog rustig 7-9 jaar over hun studie hebben gedaan, maar dat wordt zachtjes onder het tapijt geschoffeld natuurlijk). En dan de arbeidsmarkt op. Het teams kiezen bij gym begint weer van voren af aan. In een rij (tegenwoordig een hele lange rij!) van sollicitanten sta je aan de poort te wachten, HR aan de andere kant: ben je goed genoeg? Kunnen ze met je winnen?

Zo word je vanaf jongs af aan geconditioneerd perfect te zijn: de hoogste cijfers te halen, de meeste medailles in je sport te halen, de meeste Facebook vriendjes te hebben, het grootste LinkedIn netwerk, de beste bedrijfsresultaten, het meest winstgevende klantportfolio…Met in schril contrast de mensen zonder commerciële belangen: je familie, je vrienden, een psycholoog, een loopbaancoach, die je voorzichtig proberen duidelijk te maken wat je diep in je hart eigenlijk ook wel weet, maar niet hardop durft te zeggen (en al helemaal niet tegen een werkgever!): Soms is goed goed genoeg. Je bent mooi en uniek om wie je bent, niet om wat je bent.

Het hoeft niet altijd perfect te zijn!

Dus wie heeft nu gelijk? Ik ben er inmiddels (door schade en schande) wel achter dat de eeuwige zoektocht naar perfectie je veelal meer frustraties dan resultaten oplevert. Dat ik 2 weken geleden mijn WordPress pagina al heb opgestart en deze er nog steeds angstvallig leeg bij ligt, is daar een voorbeeld van. Weg inspiratie. Weg creativiteit. Waar perfectionisme in veel gevallen als een positieve eigenschap wordt aangemerkt, realiseer ik me in toenemende mate dat een drang naar perfect zijn je ook kan verlammen. Verstarren. Wat dan ook gelijk die andere door werkgevers zo gewaardeerde eigenschap, flexibiliteit, tegen gaat. Daar zit je dan met je goede bedoelingen. En een saaie lege WordPress pagina. Wat heeft je perfectionisme je nou eigenlijk opgeleverd?

Conclusies uit Lotte’s Life:

1)      De perfecte dochter zijn heeft niet voorkomen dat mijn vader afscheid van me moest nemen door het monster dat kanker heet, hooguit dat hij zich gerust gesteld voelde in de wetenschap dat ik mijn eigen boontjes best goed wist te doppen. Daar zit je dan met je perfecte intenties, en zonder vader.

2)      De perfecte werknemer zijn heeft geen enkele toegevoegde waarde wanneer je werkgever gaat reorganiseren via het afspiegelbeginsel. Daar zit je dan met je kennis, ervaring en motivatie maar de verkeerde leeftijd en het kortste arbeidscontract (en in mijn geval een pasgeboren baby).

3)      De perfecte moeder zijn zorgt er niet voor dat de borstvoeding automatisch gaat stromen als een waterval. Daar zit je dan, met een stapel educatieve boeken op schoot en een kindje dat binnen 3 dagen 10% van haar geboortegewicht kwijt is.

4)      De perfecte moeder zijn kan overigens ook niet voorkomen dat je je kind op zeker ogenblik onderschat en ze toch beter blijkt te kunnen rollen als geanticipeerd. Daar zit je dan met je goede voornemens, en zij met een dikke bult op haar bolletje nadat ze van het bed af is geduikeld.

En dus heb mijn laptop weer aangezet, en deze blog geschreven. Is hij perfect? Wat is perfect? Als ik hem zelf de moeite waard vind? Als jij hem leest? Als je hem deelt? De blog is er, hij bestaat met al z’n hoogte- en dieptepunten. Da’s al een hele sprong vooruit ten opzichte van 2 weken geleden.  En 1 blog meer dan al mijn mede-perfectionisten die stiekem ook hun verhaal met de wereld zouden willen delen, maar bang zijn niet goed/leuk/spannend genoeg te zijn.

“Your value doesn’t decrease based on other people’s inability to see your worth”

Ik wens je een heerlijk, perfect imperfect weekend toe.

Liefs, Lotte.